De voorzitter opent de zitting op 25/11/2025 om 21:22.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 oktober 2025 goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 oktober 2025 goed.
Het Vast Bureau wenst de bouwgronden, eigendom van het OCMW, gelegen Steenstraat in 1570 Vollezele te verkopen. Bij twee eerdere openbare verkoopsprocedures werden de gronden niet verkocht. Momenteel zijn er een aantal omliggende gronden te koop via een onderhandse biedingsprocedure via Biddit bij Notaris Stadsbader.
Het Vast Bureau stelt voor om, met respect voor de transparantie en de mededinging, de gronden via eenzelfde procedure onderhands te verkopen.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 77, 78,11°, 285-288, 293, 330-334
Het decreet van 8 maart 2024 over het vervreemden van onroerende domeingoederen en het vestigen en vervreemden van zakelijke rechten
Het Burgerlijk Wetboek, Boek 3
De omzendbrief KB/ABB 2019/3: transacties van onroerende goederen
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 december 2024 over de goedkeuring van de openbare verkoop van de gronden gelegen Steenstraat in Vollezele
De betreffende gronden liggen in de bouwzone volgens het gewestplan. De verkoop van deze gronden is voorzien in het meerjarenplan.
Er werd een taxatieverslag opgesteld door landmeter-expert Johan Criquielion. De taxeringswaarde van 210.000 euro wordt voorgesteld als instelprijs met het oog op een onderhandse verkoop via een digitale procedure (Biddit).
De keuze voor de onderhandse verkoop valt te motiveren als volgt:
Artikel 1 - De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de bouwgronden, eigendom van het OCMW, gelegen Steenstraat in 1570 Vollezele en kadastraal gekend als sectie B, nrs 192 d en 192 c onderhands te verkopen via digitale bieding bij notariskantoor Stadsbader.
Artikel 2 - Het vast bureau wordt gelast met de administratieve afhandeling van dit besluit.
Artikel 3 - Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan Notariskantoor Stadsbader, Steenbakkerijstraat 63/A, 1570 Pajottegem.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de bouwgronden, eigendom van het OCMW, gelegen Steenstraat in 1570 Vollezele en kadastraal gekend als sectie B, nrs 192 d en 192 c onderhands te verkopen via digitale bieding bij notariskantoor Stadsbader.
OCMW Pajottegem is aangesloten bij Haviland. Haviland Intercommunale is als intergemeentelijk samenwerkingsverband voor de ruimtelijke ordening en de economisch sociale expansie van het arrondissement Halle-Vilvoorde een dienstverlenende vereniging die wordt beheerst door het Decreet Lokaal Bestuur.
OCMW Pajottegem ontving op 14 oktober 2025 per mail een uitnodiging voor de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland op 10 december 2025 in de kantoren van Haviland, Brusselsesteenweg 617 te 1731 Asse-Zellik om 18.00 uur.
De agenda bevat onder meer een goedkeuring van een statutenwijziging die al door de raad voor maatschappelijk welzijn op 26 augustus 2025 werd goedgekeurd.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 77
Het decreet lokaal bestuur, artikel 432, waarbij bepaald wordt dat de deelnemende gemeenten hun vertegenwoordigers voor een algemene vergadering van een dienstverlenende vereniging bij gemeenteraadsbesluit dienen aan te wijzen uit de leden van de gemeenteraad en dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering
Het raadsbesluit van 25 februari 2025 over Haviland: aanduiding vertegenwoordiger en plaatsvervanger in de (buitengewone) algemene vergaderingen en voordracht kandidaat-bestuurder voor de legislatuur 2025-2030
Het raadsbesluit van 26 augustus 2025 over Haviland: Buitengewone Algemene vergadering op 10 december 2025 - statutenwijziging
De agenda van de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland die zal gehouden worden op 10 december 2025 bevat volgende agendapunten:
Notulen van de Algemene Vergadering van 18 juni 2025: goedkeuring
(een exemplaar van deze notulen werd op 24 juni 2025 aan de deelnemers bezorgd.)
De te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie + begroting 2026 (art. 34)
Huishoudelijk reglement Algemene Vergadering (art. 34): goedkeuring
Overbrengen maatschappelijke zetel naar Poverstraat 75 bus 47 te 1731 Asse (art. 3): goedkeuring
Toetreding politiezone Druivenstreek (art. 8): goedkeuring
Uittreding gemeente Overijse cfr. Regiodecreet (art. 10): goedkeuring
Uittreding OCMW Overijse cfr. Regiodecreet (art. 10): goedkeuring
Statutenwijziging: goedkeuring
Verlenen bijzondere volmacht aan An Van den Stockt, Nikita Vanschaemelhout en Matthias Laureys om over te gaan tot de coördinatie van de statuten: goedkeuring
Varia
Artikel 1 - De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de agenda van de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland op 10 december 2025 goed.
Artikel 2 - De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het mandaat van Sandra Dero en Sterre Buckinx als respectievelijk effectief en plaatsvervangend vertegenwoordiger van de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland op de bovengenoemde Buitengewone Algemene vergadering vast om te handelen en te beslissen conform artikel 1 van dit besluit.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de agenda van de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland op 10 december 2025 goed en mandateert Sandra Dero en Sterre Buckinx als respectievelijk effectief en plaatsvervangend vertegenwoordiger van de Buitengewone Algemene vergadering van Haviland op de bovengenoemde Buitengewone Algemene vergadering.
Het OCMW Pajottegem werd op 14 oktober 2025 in kennis gesteld van het besluit van de provinciegouverneur Jan Spooren tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Galmaarden.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 77
Het raadsbesluit van 24 juni 2025 over de vaststelling van de jaarrekening 2024 van het OCMW Galmaarden
Enig artikel - De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Galmaarden.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Galmaarden.
De OCMW Pajottegem werd op 25 september 2025 in kennis gesteld van het besluit van de provinciegouverneur Jan Spooren tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van de gemeente Herne.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient hiervan kennis te nemen.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 77
Het raadsbesluit van 24 juni 2025 over de vaststelling van de jaarrekening 2024 van het OCMW Herne
Enig artikel - De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Herne.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Herne.
Het OCMW Pajottegem werd op 7 oktober 2025 in kennis gesteld van het besluit van de provinciegouverneur Jan Spooren tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Gooik.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient hiervan kennis te nemen.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 77
Het raadsbesluit van 24 juni 2025 over Jaarrekening 2024 (gemeente - OCMW Gooik)
Enig artikel - De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Gooik.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de provinciegouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële jaar 2024 van het OCMW Gooik.
De "minimale levering" is een financiële tegemoetkoming voor mensen met een budgetmeter (prepaid) die hun gas- of elektriciteitsrekening niet kunnen betalen tijdens de winterperiode van 1 november tot 31 maart.
Het al dan niet instappen in het systeem van de minimale levering is een keuze van de OCMW's. Ze kunnen wel slechts middelen recupereren bij de netbeheerder als ze de procedure volgen. Tijdens de afgelopen winterperiode 2025-2026 maakte bijna 9 op 10 van de OCMW’s gebruik van deze maatregel. De OCMW's van Galmaarden en Herne maakten tot op heden gebruik van deze maatregel, ook Gooik nam deel vanaf 1 januari 2025. In het kader van de fusie is het aangewezen dat OCMW Pajottegem de deelname bevestigt voor het fusiebestuur.
Deze regeling valt onder de algemene maatschappelijke dienstverlening, die de OCMW’s op basis van de OCMW-wet toekennen (art. 1 en art. 57, §1). Dit betekent dat de algemene regels inzake OCMW-dienstverlening van toepassing zijn. Een OCMW dat in dit systeem wil stappen, agendeert dit punt op de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
Eens het principieel engagement genomen werd, wordt in elk afzonderlijk geval onderzocht en beslist of een hulpvrager recht heeft op een minimale levering
Het decreet over het lokaal bestuur, artikel 77-78
Het Energiebesluit van 19 november 2010
Het OCMW kan tot maximaal 70% van het uitgekeerde bedrag, vermeld in de tabel met halfmaandelijkse toekenningen, recupereren bij de netbeheerder. Het resterende percentage recupereert het OCMW (na de toepassingsperiode) bij de hulpvrager in kwestie of neemt het zelf ten laste. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget 2025 onder 0900-00/6481020
Met de ‘minimale levering via de digitale meter in voorafbetaling’ wil de Vlaamse Regering zich samen met de OCMW’s engageren om klanten bij de netbeheerder te ondersteunen, die onvoldoende middelen hebben om betalingen uit te voeren via het voorafbetalingssysteem Prepaid (vroeger: budgetmeter), en dus tijdens de winterperiode het risico lopen om zonder verwarming te vallen. De Vlaamse Regering heeft vanaf de winterperiode 2022-2023 de minimale levering uitgebreid naar klanten die elektrisch verwarmen via het exclusief nachttarief. Belangrijk is dat de minimale levering voor aardgas NIET kan gecombineerd worden met de minimale levering voor elektriciteit voor eenzelfde klant. De tussenkomst wordt voor beide verwarmingsbronnen berekend als 60% van de gemiddelde verbruikskost per type woning gedurende de winter en vormt zo een heel substantiële hulp voor de gezinnen. De doelstelling van de minimale leveringen is om de grootste nood op te vangen, niet om volwaardige gratis verwarming ter beschikking te stellen.
De hoogte van de tussenkomst is afhankelijk van: - de tarieven bij de netbeheerder en de sociale tarieven bij aanvang van de toepassingsperiode; - het woningtype (open of halfopen bebouwing, rijhuis/hoekhuis of appartement); - het statuut van de aanvrager (beschermd of niet-beschermd). De tabellen met de mogelijke halfmaandelijkse tussenkomsten worden elk jaar bekend gemaakt door de Vlaamse overheid voor de start van de winterperiode.
Artikel 1- De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding tot het systeem van minimale aardgaslevering en elektriciteit exclusief nachttarief goed.
Artikel 2 - Elke aanvraag wordt behandeld volgens de algemene regels van de sociale dienstverlening. Of de hulpvraag gegrond is, wordt geval per geval nagegaan via een sociaal onderzoek. Het BCSD beslist of het niet door de netbeheerder ten laste genomen gedeelte (al dan niet deels) teruggevorderd wordt van de aanvrager.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding tot het systeem van minimale aardgaslevering en elektriciteit exclusief nachttarief goed.
Vanaf 1 januari 2025 vormen Galmaarden, Gooik en Herne samen de fusiegemeente Pajottegem.
In het laatste kwartaal van 2024 werkten de 'oorspronkelijke' gemeentes aan een harmonisering van tal van reglementen om bij raadsbeslissing een gelijke behandeling van de burgers van Galmaarden, Gooik en Herne te waarborgen vanaf 1 januari 2025. De besluiten, de reglementen en de verordeningen van de 'oorspronkelijke' gemeenten bleven geldig op het grondgebied van de oorspronkelijke gemeenten tot de dag waarop de bevoegde overheid het nieuwe reglement goedkeurt.
Het huishoudelijk reglement inzake 'tussenkomst voor assistentiewoningen' dient voor Pajottegem nog goedgekeurd te worden.
In samenspraak met de juridische dienst werd het artikel in het kader van de onderhoudsplicht aangepast.
Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976
Het decreet lokaal bestuur, artikel 77
Het gemeenteraadsbesluit van Galmaarden op 23 december 2024 betreffende het reglement tussenkomst voor assistentiewoningen
Het gemeenteraadsbesluit van Gooik op 23 december 2024 betreffende het reglement tussenkomst voor assistentiewoningen
Het gemeenteraadsbesluit van Herne op 23 december 2024 betreffende het reglement tussenkomst voor assistentiewoningen
Volgens de POD MI is het koninklijk besluit van 9 mei 1984 de wettelijke basis die, samen met de organieke wet van 8 juli 1976, de onderhoudsplicht regelt waarmee draagkrachtige personen verplicht zijn bij te dragen in de kosten van behoeftige familieleden. Het besluit bepaalt ook de maximale bedragen die teruggevorderd kunnen worden en regelt de terugvordering bij het verminderen van het vermogen van de resident.
Echter, telkens een dossier aanhangig wordt gemaakt bij de vrederechter, stelt deze dat het verhaalrecht van het OCMW is onderworpen aan de onderhoudsregeling van het Burgerlijk Wetboek (art. 205 e.v. oud BW). Dit wil dus zeggen dat de hiërarchie tussen de onderhoudsplichtigen (onderhoudsplichtige en dienst echtgeno(o)t(e)) dient toegepast te worden.
Bv. moeder krijgt tussenkomst in de verblijfskosten van een woonzorgcentrum. Dochter is onderhoudsplichtig, maar is volgens de schaal van terugvorderingen niet onderhoudsplichtig. Dan mag er pas rekening gehouden worden met de partner zijn inkomen. Dit in tegenstelling tot het KB, waar de 2 inkomens worden samengeteld om het bedrag van onderhoudsplicht te bepalen.
In dit opzicht raadt de juridische dienst van de Welzijnskoepel aan om ons reglement aan te passen naar de meest recente rechtspraak.
Het OCMW Pajottegem voorziet een financiële ondersteuning, onder de vorm van een tussenkomst, om senioren met een beperkt inkomen de kans te bieden om in een assistentiewoning te wonen.
Artikel 1 - De raad voor maatschappelijk welzijn keurt onderstaand huishoudelijk reglement omtrent over de tussenkomst voor assistentiewoningen goed:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT TUSSENKOMST VOOR ASSISTENTIEWONINGEN
ARTIKEL 1. DOELSTELLING
Het OCMW Pajottegem voorziet een financiële ondersteuning, onder de vorm van een tussenkomst, om senioren met een beperkt inkomen de kans te bieden om in een assistentiewoning te wonen.
ARTIKEL 2. TOEPASSINGSGEBIED
Het bevoegd OCMW is het OCMW van de gemeente waar betrokkene gedomicilieerd was op het ogenblik van zijn opname in een erkende assistentiewoning (art. 2§1 van de Wet van 02 april 1965).
ARTIKEL 3. DEFINITIES
ARTIKEL 4. BEDRAG TUSSENKOMST
De tussenkomst moet de bewoner van een assistentiewoning toelaten kwaliteitsvol te wonen en volwaardig te kunnen participeren aan de maatschappij. Naast het betalen van de huur dient de bewoner nog voldoende inkomsten te hebben om in zijn levensonderhoud te voorzien.
Om te bepalen hoeveel iemand nodig heeft, baseren we ons op richtbedragen opgedeeld in korven per soort uitgave (zie bijlage 1).
Op basis hiervan wordt een inkomen gegarandeerd van € 960,97 voor een alleenstaande en € 1666,75 voor een koppel, na betaling van de (naakte) huurprijs.
4.1 Berekening tussenkomst
ARTIKEL 5. VOORWAARDEN
Deze beslissing kan worden genomen door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) zonder dat daarvoor toestemming van de begunstigde nodig is.
De kosten die gepaard gaan met het leggen van de hypotheek zijn voor rekening van het OCMW.
ARTIKEL 6. DE AANVRAAG
6.1 Procedure aanvraag
De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend door de begunstigde zelf of zijn vertegenwoordiger bij de voorzitter van het OCMW. De aanvraag kan ook op elektronische manier worden ingediend volgens formulieren vastgesteld door de minister.
Na indiening van de aanvraag zal de maatschappelijk assistent een aantal gegevens opvragen om de financiële en sociale situatie van de begunstigde in kaart te brengen. Het gaat concreet om:
De aanvrager geeft het OCMW tevens een machtiging om informatie op te vragen bij verschillende instanties, zoals financiële instellingen (febelfin), de kruispuntbank voor sociale zekerheid en bij openbare besturen, en onder meer bij de ambtenaren van de Mechanografische Dienst van de Administratie der Directe Belastingen en bij dienst Registratie en Eigendommen. Dit is essentieel voor een grondig onderzoek naar de financiële en sociale situatie van de begunstigde, waarbij het OCMW tot 10 jaar terug kan kijken.
Als deze informatie niet tijdig wordt aangeleverd, kan dit leiden tot een onvolledig onderzoek, wat weer kan resulteren in een weigering van de aanvraag voor financiële ondersteuning.
Als het OCMW vaststelt dat de begunstigde een aanzienlijk deel van zijn vermogen heeft weggeschonken voorafgaand aan de hulpvraag, kan het OCMW de steunaanvraag weigeren.
6.2 Onderhoudsplicht
Bij de aanvraag wordt ook een onderzoek gevoerd naar de onderhoudsplicht om vast te stellen of (een deel van) de kosten kunnen teruggevorderd worden op de onderhoudsplichtigen.
De tussenkomst kan worden teruggevorderd bij de onderhoudsplichtigen van de begunstigde. Dit is geregeld in artikel 98, §2 van de OCMW-wet.
Wie is onderhoudsplichtig?
De personen die verplicht moeten worden aangesproken:
De personen die facultatief aangesproken kunnen worden:
Hoeveel bedraagt de onderhoudsplicht?
De onderhoudsplicht wordt beperkt door 3 factoren:
De formule is: Tussenkomst OCMW
Aantal descendenten eerste graad
In uitzonderlijke situaties kan het OCMW, op basis van goede motivatie, meer terugvorderen dan het kindsdeel, bijvoorbeeld bij duidelijke welstand van de onderhoudsplichtige.
Uitzondering bij vrijwillige verarming: als het vermogen van de begunstigde in de vijf jaar voorafgaand aan de financiële tussenkomst zonder aanvaardbare redenen aanzienlijk is verminderd, kan het OCMW de kosten terugvorderen van onderhoudsplichtigen, zelfs als hun inkomen onder de minimumdrempel valt.
Billijkheidsredenen: Het OCMW kan omwille van billijkheidsredenen individuele uitzonderingen op de onderhoudsplicht toestaan. Dit wordt per geval beslist en gemotiveerd op basis van een grondig sociaal en financieel onderzoek. Het is aan de onderhoudsplichtige om het OCMW schriftelijk op de hoogte te brengen van deze billijkheidsredenen.
ARTIKEL 7. TOEKENNING EN UITBETALING
Indien de inkomsten van de begunstigde in de loop van het jaar met minstens 10% wijzigen ten opzichte van de inkomsten van het aanvraagmoment wordt de tussenkomst herzien.
Het OCMW behoudt zich het recht voor om bijkomend alle inlichtingen in te winnen die het nodig acht. Het deelt zijn beslissing binnen de dertig dagen na ontvangst van de aanvraag aan de begunstigde mee die deze beslissing desgevallend kan aanvechten zoals voorzien in de wet.
De tussenkomst in de dagprijs wordt toegekend voor een periode van maximum 1 jaar en wordt jaarlijks in januari herzien.
ARTIKEL 8. INDEXERING
Alle bedragen vermeld in dit reglement worden jaarlijks op 1 januari N geïndexeerd op basis van volgende formule:
bedrag 1/1/2025 x gezondheidsindex november N-1
gezondheidsindex november 2024
Bij een negatieve index (tegenover vorig dienstjaar) blijft de tussenkomst ongewijzigd.
Artikel 2- Dit reglement treedt in werking op 1 december 2025.
Artikel 3 - De voorgaande reglementen worden opgeheven:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het huishoudelijk reglement omtrent over de tussenkomst voor assistentiewoningen goed.
Vanaf 1 januari 2025 vormen Galmaarden, Gooik en Herne samen de fusiegemeente Pajottegem.
In het laatste kwartaal van 2024 werkten de 'oorspronkelijke' gemeentes aan een harmonisering van tal van reglementen om bij raadsbeslissing een gelijke behandeling van de burgers van Galmaarden, Gooik en Herne te waarborgen vanaf 1 januari 2025. De besluiten, de reglementen en de verordeningen van de 'oorspronkelijke' gemeenten bleven geldig op het grondgebied van de oorspronkelijke gemeenten tot de dag waarop de bevoegde overheid het nieuwe reglement goedkeurt.
Het huishoudelijk reglement inzake tussenkomst in de verblijfskosten van een woonzorgcentrum dient voor Pajottegem nog goedgekeurd te worden.
In samenspraak met de juridische dienst werd het artikel in het kader van de onderhoudsplicht aangepast.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 98 § 2 en 3
Koninklijk besluit van 9 mei 1984 (BS 24/5/1984), gewijzigd bij KB van 3/9/2004 (BS 27/9/2004) tot uitvoering van artikel 100bis, § 1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn,
Ministeriele omzendbrief van 4/11/2004 - Verhaal van de kosten van maatschappelijke dienstverlening op de onderhoudsplichtigen – uniforme schaal van tussenkomsten
Het decreet lokaal bestuur, artikel 77, 78
Het gemeenteraadsbesluit van Galmaarden op 23 december 2024 betreffende het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW
Het gemeenteraadsbesluit van Gooik op 23 december 2024 betreffende het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW
Het gemeenteraadsbesluit van Herne op 23 december 2024 betreffende het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW
Volgens de POD MI is het koninklijk besluit van 9 mei 1984 de wettelijke basis die, samen met de organieke wet van 8 juli 1976, de onderhoudsplicht regelt waarmee draagkrachtige personen verplicht zijn bij te dragen in de kosten van behoeftige familieleden. Het besluit bepaalt ook de maximale bedragen die teruggevorderd kunnen worden en regelt de terugvordering bij het verminderen van het vermogen van de resident.
Echter, telkens een dossier aanhangig wordt gemaakt bij de vrederechter, stelt deze dat het verhaalrecht van het OCMW is onderworpen aan de onderhoudsregeling van het Burgerlijk Wetboek (art. 205 e.v. oud BW). Dit wil dus zeggen dat de hiërarchie tussen de onderhoudsplichtigen (onderhoudsplichtige en dienst echtgeno(o)t(e) ) dient toegepast te worden.
Bv. moeder krijgt tussenkomst in de verblijfskosten van een woonzorgcentrum. Dochter is onderhoudsplichtig, maar is volgens de schaal van terugvorderingen niet onderhoudsplichtig. Dan mag er pas rekening gehouden worden met de partner zijn inkomen. Dit in tegenstelling tot het KB, waar de 2 inkomens worden samengeteld om het bedrag van onderhoudsplicht te bepalen.
In dit opzicht raadt de juridische dienst van de Welzijnskoepel aan om ons reglement aan te passen naar de meest recente rechtspraak.
Wanneer iemand in een woonzorgcentrum wordt opgenomen en niet over voldoende financiële middelen beschikt, kan hij een aanvraag indienen bij het OCMW om tussen te komen in de kosten van zijn verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening.
Het bevoegd OCMW is het OCMW van de gemeente waar de begunstigde voor zijn hoofdverblijf in het bevolkings-en vreemdelingenregister of wachtregister was ingeschreven op het ogenblik van zijn opname in het woonzorgcentrum (art. 2§1 van de Wet van 2 april 1965). Indien het OCMW niet bevoegd is, wordt de hulpvraag doorgestuurd naar het bevoegde OCMW.
Artikel 1 - De raad voor maatschappelijk welzijn keurt onderstaand huishoudelijk reglement omtrent het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW goed:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT OVER HET TEN LASTE NEMEN VAN DE KOSTEN IN EEN WOONZORGCENTRUM DOOR HET OCMW
TOEPASSINGSGEBIED
Wanneer iemand in een woonzorgcentrum wordt opgenomen en niet over voldoende financiële middelen beschikt, kan hij een aanvraag indienen bij het OCMW om tussen te komen in de kosten van zijn verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening.
Het bevoegd OCMW is het OCMW van de gemeente waar de begunstigde voor zijn hoofdverblijf in het bevolkings-en vreemdelingenregister of wachtregister was ingeschreven op het ogenblik van zijn opname in het woonzorgcentrum (art. 2§1 van de Wet van 2 april 1965). Indien het OCMW niet bevoegd is, wordt de hulpvraag doorgestuurd naar het bevoegde OCMW.
DEFINITIES
Woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum is een erkende ouderenvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur en binnen een organisatorisch geheel zorg en ondersteuning wordt geboden in een thuisvervangend milieu aan ouderen met een complexe zorg- en ondersteuningsvraag, die er permanent verblijven. (Erkende) assistentiewoningen vallen hier niet onder.
Begunstigde: de persoon die opgenomen is of wordt in een woonzorgcentrum.
De aanvrager: de begunstigde of zijn vertegenwoordiger.
DE AANVRAAG
De aanvraag voor financiële tussenkomst in een woonzorgcentrum moet schriftelijk worden ingediend, hetzij door de begunstigde zelf, hetzij door zijn vertegenwoordiger. Dit kan ook elektronisch via het formulier dat door de minister beschikbaar wordt gesteld via OCMW online.
Na indiening van de aanvraag zal de maatschappelijk assistent een aantal gegevens opvragen om de financiële en sociale situatie van de begunstigde in kaart te brengen. Het gaat concreet om:
De aanvrager geeft het OCMW tevens een machtiging om informatie op te vragen bij verschillende instanties, zoals financiële instellingen (febelfin), de kruispuntbank voor sociale zekerheid en bij openbare besturen, en onder meer bij de ambtenaren van de Mechanografische Dienst van de Administratie der Directe Belastingen en bij dienst Registratie en Eigendommen. Dit is essentieel voor een grondig onderzoek naar de financiële en sociale situatie van de begunstigde, waarbij het OCMW tot 10 jaar terug kan kijken.
Als deze informatie niet tijdig wordt aangeleverd, kan dit leiden tot een onvolledig onderzoek, wat weer kan resulteren in een weigering van de aanvraag voor financiële ondersteuning.
Het OCMW komt slechts tussen na uitputting van de spaargelden of ander persoonlijk kapitaal en alle andere inkomsten van de begunstigde.
Als het OCMW vaststelt dat de begunstigde een aanzienlijk deel van zijn vermogen heeft weggeschonken voorafgaand aan de hulpvraag, kan het OCMW de steunaanvraag weigeren.
Wanneer het sociaal en financieel onderzoek aantoont dat de begunstigde de kosten van het verblijf niet zelf kan dragen, formuleert de maatschappelijk assistent een vraag tot tenlasteneming, die aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst wordt voorgelegd.
Daarnaast wordt er ook gekeken of de kosten op onderhoudsplichtigen (zoals kinderen of partners) kunnen worden teruggevorderd (zie afdeling 5).
AFDELING 1. KOSTEN TEN LASTE GENOMEN DOOR HET OCMW
ARTIKEL 1.
Het OCMW neemt de kosten voor verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening van de begunstigde in het woonzorgcentrum ten laste onder de voorwaarden hierna bepaald. Kosten van de periode vóór de aanvraagdatum worden nooit ten laste genomen.
ARTIKEL 2. KOSTEN VOOR VERBLIJF, VERZORGING EN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING
Onder 'kosten voor verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening' wordt verstaan:
ARTIKEL 3. BIJKOMENDE KOSTEN
In bepaalde bijzondere omstandigheden kan het OCMW ook bijkomende kosten ten laste nemen die niet in de standaardregeling zijn opgenomen, zoals kosten voor de was en droogkuis van persoonlijk linnen, hospitalisatie- of BA-verzekeringen, personenbelastingen, ereloon voorlopig bewindvoerder en uitzonderlijke medische kosten op voorschrift zoals een bril of een tandprothese.
De aanvrager moet hiervoor een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag indienen, die ondertekend is. Voor uitzonderlijke medische kosten is het nodig om het geneeskundig voorschrift en een prijsbestek bij te voegen.
Het OCMW kan ook aanvullende informatie opvragen om de aanvraag goed te kunnen beoordelen. Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst neemt op basis van het sociaal verslag een beslissing.
ARTIKEL 4. KOSTEN DIE UITGESLOTEN ZIJN VAN TENLASTENAME
Alle andere kosten worden als persoonlijke kosten aanzien en dienen van het zakgeld of leefgeld betaald te worden (zie artikel 9).
Zo worden uitdrukkelijk uitgesloten, de kosten voor:
ARTIKEL 5. STAVING MEDISCHE KOSTEN
Alle kosten, met uitzondering van hospitalisatiekosten, worden opgenomen in de maandelijkse kostenstaat en moeten gestaafd worden met medische attesten die dienen als bewijs voor de mutualiteit. Voor farmaceutische kosten is het nodig om het voorschrift van de arts en de bewijsstukken van de apotheker voor te leggen.
Het OCMW werkt bij voorkeur met de derdebetalersregeling, waardoor alleen de remgelden aan de patiënt in rekening worden gebracht.
Hospitalisatiefacturen worden rechtstreeks naar het OCMW gestuurd. Het OCMW moet op de hoogte worden gesteld van de opnamedatum en het ziekenhuis waar de begunstigde is opgenomen. Het woonzorgcentrum informeert het ziekenhuis over de financiële steun van het OCMW. Het OCMW vergoedt alleen de opleg voor een meerpersoonskamer.
AFDELING 2. PERSOONLIJK AANDEEL VAN DE BEGUNSTIGDE
ARTIKEL 6. BEHEER VAN DE INKOMSTEN
Wanneer het OCMW een tussenkomst in de opnamekosten toekent, beheert het de inkomsten en middelen van de begunstigde, tenzij er een bewindvoerder is aangesteld. De maatschappelijke assistent opent op naam van de begunstigde een budgetbeheerrekening of systeem I-rekening bij Belfius, waarop alle inkomsten van de begunstigde worden gestort. Deze rekening wordt gebruikt voor de betaling van de kosten voor het verblijf, de verzorging en de maatschappelijke dienstverlening.
Het OCMW komt enkel tussen na uitputting van de eigen inkomsten van de begunstigde en nadat alle personen die zich borg hebben gesteld voor de betaling van de opnamekosten in gebreke werden gesteld.
Zowel de bewindvoerder als de maatschappelijke assistent moeten voor alle uitgaven andere dan de wettelijke kosten, de kosten zoals bepaald in artikel 2 en de betaling van het zakgeld altijd vooraf goedkeuring vragen aan het OCMW.
De voorlopig bewindvoerder bezorgt zijn jaarlijks financieel verslag aan het OCMW.
ARTIKEL 7. THUISWONENDE PARTNER
Indien er een gezinspensioen beschikbaar is, wordt door het OCMW aan de pensioendienst een opsplitsing gevraagd.
Bij de opsplitsing van het pensioen of indien de begunstigde en zijn partner reeds apart een pensioen ontvangen, behoudt ieder zijn eigen inkomen.
Indien de pensioendienst niet ingaat op de vraag tot opsplitsing van het gezinspensioen, behoudt de thuiswonende partner het bedrag van het pensioen gelijk aan het bedrag van het leefloon (bedrag afhankelijk van de categorie), het saldo wordt gebruikt voor de betaling van de verblijfsfactuur.
De thuisblijvende partner mag een bedrag aan spaargeld behouden dat overeenkomt met de volledig vrijgestelde schijf aan roerende inkomsten zoals voorzien in de leefloonreglementering, op datum van inwerkingtreding van dit reglement bedraagt dit 6200 euro.
Indien de thuiswonende partner het vakantiegeld ontvangt, mag deze de helft van het bedrag behouden.
ARTIKEL 8. ZAKGELD EN LEEFGELD
De begunstigde ontvangt van het OCMW een gewaarborgd zakgeld van 900 euro per jaar, dat bedoeld is om deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen. Dit bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en wordt doorgaans in maandelijkse schijven uitbetaald, maar kan ook wekelijks worden uitbetaald op schriftelijk verzoek van de begunstigde of diens voorlopige bewindvoerder.
Het zakgeld is bedoeld voor strikt persoonlijke uitgaven, zoals vermeld in artikel 4, en behoort volledig toe aan de begunstigde. Het wordt niet aan familieleden uitbetaald, maar een familielid kan het beheer ervan op zich nemen, mits toestemming van de begunstigde. Het familielid bezorgt op vraag van het OCMW een overzicht van de besteding van het zakgeld.
Als noch de begunstigde, noch een door hem aangeduid familielid of voorlopig bewindvoerder het beheer van het zakgeld op zich kan nemen, wordt dit zakgeld beheerd door het woonzorgcentrum die dit onmiddellijk meedeelt aan het OCMW. Het woonzorgcentrum bezorgt maandelijks een afrekening van het zakgeld (zie artikel 15)
Daarnaast blijft het zakgeld ook tijdens ziekenhuisopnames beschikbaar voor de begunstigde. Bij overlijden wordt het overblijvende zakgeld beschouwd als een actief van de nalatenschap, waarop het OCMW de kosten voor maatschappelijke dienstverlening kan verhalen.
ARTIKEL 9. VAKANTIEGELD
Jaarlijks ontvangt de begunstigde vakantiegeld, en dit bedrag wordt in zijn geheel als inkomsten beschouwd, tenzij er een thuiswonende partner is (zie artikel 7)
ARTIKEL 10. ACHTERSTALLEN EN TERUGGAVE NUTSVOORZIENINGEN
Wanneer een begunstigde een achterstal ontvangt, ongeacht de aard of oorsprong, moet dit bedrag integraal worden gestort aan het OCMW of aan de bewindvoerder, zelfs als deze inkomsten dateren van vóór de opname of de aanvraag voor financiële tussenkomst.
Bij de maandelijkse kostenstaat moet het bewijs van de ontvangen achterstallen worden bijgevoegd. Het woonzorgcentrum is verantwoordelijk voor het informeren van het OCMW over deze ontvangen bedragen.
Dit geldt ook voor een teruggave ingevolge een afrekening van nutsvoorzieningen.
ARTIKEL 11. TERUGGAVE VAN DE PERSONENBELASTING
Een teruggave van de personenbelasting wordt gestort aan het OCMW of aan de bewindvoerder. Bij de maandelijkse kostenstaat dient het aanslagbiljet gevoegd te worden.
ARTIKEL 12. ERFENIS
Als een begunstigde tijdens zijn verblijf in het woonzorgcentrum een erfenis ontvangt, is hij verplicht om het OCMW hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen. Dit geldt ook voor het woonzorgcentrum als zij op de hoogte worden gesteld van de erfenis.
ARTIKEL 13. TERUGGAVE HOSPITALISATIEVERZEKERING
Alle teruggaven van een hospitalisatieverzekering van een begunstigde dienen overgemaakt te worden aan het OCMW.
ARTIKEL 14. AANVRAAG TEGEMOETKOMINGEN PERSONEN MET EEN HANDICAP
Afhankelijk van de financiële en gezondheidstoestand van de begunstigde kan de sociale dienst van het OCMW een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming aan personen met een handicap.
Als de begunstigde bij de aanvang van de opname niet in aanmerking komt voor deze tegemoetkoming, wordt dit jaarlijks herbekeken bij de berekening van de onderhoudsplicht en indien mogelijk alsnog aangevraagd.
AFDELING 3. FACTURATIE
ARTIKEL 15. KOSTENSTAAT
Het woonzorgcentrum factureert de kosten, inclusief het zakgeld, per maand en per begunstigde De kostenstaat moet ondertekend zijn en een overzicht bevatten van alle gedane uitgaven voor de begunstigde met de nodige bewijsstukken.
Deze kostenstaat wordt verstuurd naar het OCMW, behalve in geval van voorlopige bewindvoering.
In dat geval bezorgt de voorlopig bewindvoerder maandelijks de kostenstaat van het woonzorgcentrum aan het OCMW. Bij de kostenstaat worden de bewijsstukken gevoegd van de inkomsten en uitgaven en een kopie van de rekeninguittreksels. De tussenkomst van het OCMW wordt aan de bewindvoerder gestort, die verantwoordelijk is voor de betaling aan het woonzorgcentrum.
AFDELING 4. DAGPRIJS
ARTIKEL 16. VOORWAARDEN DAGPRIJS
Het OCMW streeft naar een evenwicht tussen de woonwensen van de begunstigde en de kosten. Wanneer een aanvraag voor financiële tussenkomst in de kosten voor verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening wordt ingediend vóór of binnen 6 maanden na de opname, zal het OCMW alleen tussenkomen als de dagprijs van de gevraagde kamer in het woonzorgcentrum gelijk aan of lager is dan de gemiddelde dagprijs in Vlaams-Brabant.
Deze gemiddelde dagprijs wordt vastgesteld door het Agentschap Zorg en Gezondheid op 1 mei van het jaar vóór het werkingsjaar. Woonzorgcentra in de regio worden in het begin van elk werkingsjaar op de hoogte gebracht van de maximale dagprijzen die het OCMW zal toepassen.
Het woonzorgcentrum moet het OCMW vooraf informeren over de gehanteerde dagprijs, zoals goedgekeurd door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Deze mededeling moet ook een duidelijke toelichting bevatten over welke kosten wel en niet in de dagprijs zijn inbegrepen.
Dagprijsverhogingen door indexering kunnen onmiddellijk ingaan, maar moeten 30 dagen na de melding aan de begunstigde schriftelijk aan het OCMW worden meegedeeld. Voor prijsverhogingen die hoger zijn dan de index geldt dat deze pas in werking kunnen treden na goedkeuring door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, als de nieuwe prijs de begrensde dagprijs overschrijdt.
ARTIKEL 17. OVERPLAATSING
Het woonzorgcentrum verbindt zich ertoe om de begunstigde waarvoor het OCMW een tussenkomst verleent, zo snel mogelijk intern te muteren naar de goedkoopste éénpersoonskamer.
Als een aanvraag voor een tussenkomst in de opname- of verblijfskosten meer dan 6 maanden na de opname wordt ingediend en de dagprijs hoger is dan de gemiddelde dagprijs in de regio, zal het OCMW een individuele beslissing nemen over mogelijke overplaatsing naar een ander woonzorgcentrum. Hierbij wordt rekening gehouden met de mate van integratie, de kostprijs en de zorgbehoevendheid van de begunstigde.
Als een persoon met OCMW-steun wordt overgeplaatst naar een duurdere kamer, of in een ander woonzorgcentrum, moet er altijd vooraf een aanvraag worden ingediend bij het OCMW. Deze aanvraag moet vergezeld gaan van de reden voor de overplaatsing en een ondertekende verklaring van de begunstigde of zijn vertegenwoordiger. Als de overplaatsing om medische redenen plaatsvindt, moet ook een medisch attest worden toegevoegd.
Deze aanvraag wordt dan voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Na goedkeuring kan de overplaatsing plaatsvinden.
AFDELING 5. TERUGVORDERING VAN DE KOSTEN
ARTIKEL 18. WETTELIJKE HYPOTHEEK
Wanneer een begunstigde een aanvraag tot tussenkomst indient en nog een woning of andere eigendommen bezit, kan de financieel directeur van het OCMW een hypotheek leggen op alle voor hypotheek vatbare goederen. Dit dient als waarborg voor de terugbetaling van de tussenkomsten die het OCMW heeft gedaan.
Deze beslissing kan worden genomen door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) zonder dat daarvoor toestemming van de begunstigde nodig is. De kosten die gepaard gaan met het leggen van de hypotheek zijn voor rekening van het OCMW.
ARTIKEL 19. ONDERHOUDSPLICHT
De tussenkomsten in de verblijfskosten van het woonzorgcentrum, worden in principe teruggevorderd bij de onderhoudsplichtigen van de begunstigde. Dit is geregeld in artikel 98, §2 van de OCMW-wet
Wie is onderhoudsplichtig?
De personen die verplicht moeten worden aangesproken :
De personen die facultatief aangesproken kunnen worden:
Hoeveel bedraagt de onderhoudsplicht?
De onderhoudsplicht wordt beperkt door 3 factoren:
De formule is: Tussenkomst OCMW
aantal descendenten eerste graad
In uitzonderlijke situaties kan het OCMW, op basis van goede motivatie, meer terugvorderen dan het kindsdeel, bijvoorbeeld bij duidelijke welstand van de onderhoudsplichtige.
Uitzondering bij vrijwillige verarming: als het vermogen van de begunstigde in de vijf jaar voorafgaand aan de financiële tussenkomst zonder aanvaardbare redenen aanzienlijk is verminderd, kan het OCMW de kosten terugvorderen van onderhoudsplichtigen, zelfs als hun inkomen onder de minimumdrempel valt.
Billijkheidsredenen: Het OCMW kan omwille van billijkheidsredenen individuele uitzonderingen op de onderhoudsplicht toestaan. Dit wordt per geval beslist en gemotiveerd op basis van een grondig sociaal en financieel onderzoek. Het is aan de onderhoudsplichtige om het OCMW schriftelijk op de hoogte te brengen van deze billijkheidsredenen.
AFDELING 6. EINDE TUSSENKOMST
ARTIKEL 20. BEEINDIGING TUSSENKOMST
De tussenkomst van het OCMW wordt beëindigd door:
Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst kan beslissen om de tussenkomst eerder te beëindigen, bijvoorbeeld wanneer de begunstigde gelden ontvangen heeft uit de verkoop van onroerende goederen of als er nieuwe elementen aan het licht komen. Een nieuwe aanvraag kan ingediend worden als de oorspronkelijke begunstigde niet meer over voldoende financiële middelen beschikt.
De opzegging door het OCMW aan het woonzorgcentrum gebeurt per aangetekende brief. Uiterlijk 30 dagen na verzending van dit schrijven is het OCMW jegens het woonzorgcentrum ontheven van zijn verplichtingen.
Wanneer de begunstigde of het OCMW de tussenkomst stopzet, dient het resterende saldo op de budgetbeheerrekening worden overgeschreven naar een geïndividualiseerde rekening op naam van de begunstigde.
ARTIKEL 21. PRIVACY
Met het indienen van een hulpvraag gaat de gebruiker akkoord met de privacyverklaring.
De persoonsgegevens die de gebruiker verstrekt worden verwerkt met de nodige zorg en conform de bepalingen van de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming van 25 mei 2016 (zie privacyverklaring van het OCMW op de website)
Artikel 2- Dit reglement treedt in werking op 1 december 2025.
Artikel 3 - De voorgaande reglementen worden opgeheven:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Galmaarden op 23 december 2024 betreffende het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het huishoudelijk reglement omtrent het ten laste name van de kosten in een woonzorgcentrum door het OCMW goed te keuren.
De voorzitter sluit de zitting op 25/11/2025 om 21:28.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Kristof Andries
Algemeen directeur
Melissa Van Eesbeek
Voorzitter