De rechtspositieregeling voor jobstudenten en verenigingswerkers omvat de regels voor de in- en uitstroom, de verloning, de verloven en afwezigheden.
De gemeenteraad is bevoegd om de rechtspositieregeling van toepassing op de jobstudenten en de verenigingswerkers op te stellen.
De wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en latere wijzigingen
De wet van 3 juli 1978 inzake de arbeidsovereenkomsten
De wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk
Het decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 40, § 3
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen (BVR RPR)
Het advies van het managementteam op 18 november 2025.
Dit document werd voorgelegd aan het syndicaal overleg van 27 november 2025.
Tot op heden was er geen afzonderlijke rechtspositieregeling op deze tewerkstellingsvorm van toepassing. In de praktijk leidde dit tot onduidelijkheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de rechtspositieregeling voor jobstudenten en verenigingswerkers voor het lokaal bestuur Pajottegem goed te keuren.
Artikel 1- De gemeenteraad keurt de rechtspositieregeling voor de jobstudenten en verenigingswerkers van het lokaal bestuur Pajottegem (gemeente), dat als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed.
Artikel 2 - Deze rechtspositieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3 - Het gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2025 houdende vaststellen arbeids- en verloningsvoorwaarden verenigingswerkers en jobstudenten wordt opgeheven.
De gemeenteraad keurt de rechtspositieregeling voor de jobstudenten en verenigingswerkers van het lokaal bestuur Pajottegem (gemeente) goed.