De rechtspositieregeling voor OCMW-cliënteel tewerkgesteld in het kader van artikel 60 §7 van de OCMW-wet omvat de regels met betrekking tot de tewerkstelling, het salaris, de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, de verloven en afwezigheden.
De raad is bevoegd om een rechtspositieregeling van toepassing op deze personeelsleden vast te stellen.
De wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en latere wijzigingen
De wet van 3 juli 1978 inzake de arbeidsovereenkomst voor arbeiders en bedienden
Het decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikel 40-41
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen (BVR RPR)
Organieke Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976
Het protocol van het BOC
Het advies van het managementteam van 18 november 2025.
Dit document werd voorgelegd aan het syndicaal overleg van 27 november 2025.
Tot op heden was er geen afzonderlijke rechtspositieregeling op deze tewerkstellingsvorm van toepassing. In de praktijk leidde dit tot onduidelijkheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de rechtspositieregeling voor artikel 60-tewerkstelling voor het lokaal bestuur Pajottegem goed te keuren.
Artikel 1- De gemeenteraad keurt de rechtspositieregeling voor artikel 60-tewerkstelling voor het lokaal bestuur Pajottegem, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed.
Artikel 2 - Deze rechtspositieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.
Degemeenteraad keurt de rechtspositieregeling artikel 60-tewerkstelling van het lokaal bestuur Pajottegem goed.