Sinds 1 januari 2025 vormen de gemeenten Galmaarden, Gooik en Herne de nieuwe fusiegemeente Pajottegem. De huidige belastingreglementen op masten en pylonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraden van de gemeenten Gooik (op 25 februari 2020 en gewijzigd op 20 december 2022) en Herne (op 28 september 2022), lopen tot en met 31 december 2025. Een verlenging van deze belasting is noodzakelijk.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
Masten en pylonen belasten bovendien de beperkte nog resterende open ruimte en worden door hun hoogte en specifieke karakter ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk door zowel de bewoners als de bezoekers van de gemeente. Bovendien heeft de aanwezigheid van masten en pylonen een substantiële negatieve invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente, zowel als landelijke woonomgeving en als toeristische bestemming, parel van het Pajottenland.
Het is dan ook billijk om een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen op te leggen. Gelet op het feit dat de aanwezigheid van een mast of pyloon aanzienlijke impact heeft op de publieke ruimte en infrastructuur en dat zowel de eigenaar(s) van de mast of pyloon, de eigenaar(s) van de grond waarop deze werd opgericht, als de uitbater(s) ervan allen in zekere mate economisch voordeel halen uit de aanwezigheid en het gebruik van deze installaties, en om een efficiënte belastinginning en de gelijkheid tussen belastingschuldigen te waarborgen, is het aangewezen om deze partijen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van de belasting.
Er wordt geopteerd om de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 15 meter te belasten gezien ze vanaf deze hoogte als landschapsverstorend worden ervaren.
Talrijke Vlaamse steden en gemeenten hebben dergelijke belasting ingevoerd met tarieven tot 5.000,- euro per mast of pyloon per jaar.
Het is billijk om het bedrag van de belasting te laten afhangen van de mate waarin de mast of de pyloon bijdraagt tot de landschapsverstoring, de visuele hinder en vervuiling en het doorbreken van de vrije open ruimte. Daarbij worden de volgende principes gehanteerd:
Onder artikel 5 van het reglement zijn een aantal vrijstellingen opgenomen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit raadt aan om een belastingvermindering of vrijstelling voor constructies voor het produceren van groene stroom op te nemen. De Raad van State heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorende karakter van de masten en pylonen compenseren (RvS 14 januari 2014, nr. 226.034 en RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).
Er wordt tevens voorzien in een vrijstelling voor verlichtingsmasten en -pylonen, gelet op de maatschappelijke bijdrage die deze verlichtingsmasten en -pylonen leveren in het kader van de bevordering van de openbare veiligheid, hetgeen op voldoende wijze het landschapsverstorende karakter ervan compenseert. Bovendien ervaart de bevolking minder problemen met de aanwezigheid van dergelijke verlichtingsmasten of -pylonen, nu deze veeleer als van nature thuis horen in het bestaande landschap. Verder heerst er voor deze constructies geen gevoel van het bestaan van een gezondheidsrisico onder de bevolking.
Voor masten en pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente of OCMW Pajottegem, het AGB Gooik, het AGB Herne of hun rechtsopvolgers wordt eveneens in een vrijstelling voorzien.
Er wordt ook in een vrijstelling voorzien voor masten en pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren. Volgens de Raad van State zijn vrijstellingen voor deze constructies die primaire overheidstaken uitoefenen objectief en redelijk verantwoord (RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).
Het bestuur wenst tenslotte masten en pylonen voor louter recreatief gebruik vrij te stellen gezien het niet-bedrijfsmatig oogmerk en karakter van de constructies waarbij hobby en amateur met betrekking tot het gebruik van de mast of pyloon centraal staan en de constructie niet voor lucratieve doeleinden is bestemd. Deze constructies voor recreatief gebruik zijn duidelijk te onderscheiden van de constructies van andere commerciële ondernemingen gezien de afwezigheid van een bedrijfsmatig aspect, waardoor de bijdragecapaciteit van eigenaren van constructies bestemd voor hobby en amateur niet vergelijkbaar is met die van andere, commerciële ondernemingen. Onder masten en pylonen die louter recreatief gebruikt worden zijn onder meer begrepen: masten en pylonen die gebruikt worden in het kader van sportbeoefening, masten en pylonen met een religieuze functie en masten en pylonen die gebruikt worden voor lokale radiozenders en amateurs zodat hiervoor niet meer in een afzonderlijke vrijstellingsgrond moet voorzien worden. Lokale radiozenders en amateurs hebben bovendien een belangrijke maatschappelijke en informatieve functie voor de plaatselijke bevolking.
Het bestuur is van oordeel dat het financieel voordeel en landschapsverstorend karakter van voormelde vrijgestelde masten en pylonen voldoende wordt gecompenseerd door het maatschappelijk belang (belangrijke maatschappelijke, sociale en/of informatieve functie) zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend. Bovendien worden dergelijke constructies door de bevolking minder als storend ervaren en heerst er geen perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico.
Inzake de belastingverhoging (artikel 7 van het reglement) wordt ervoor gekozen om met een progressieve schaal te werken gelet op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
De grondwet, in het bijzonder artikel 170 § 4.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40 §3 en artikel 41, tweede lid, 14°.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het wetboek van de inkomstenbelasting van 10 april 1992 en het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019 en eventuele latere wijzigingen.
De omzendbrief van de Vlaamse regering KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het belastingreglement masten en pylonen 2020-2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van de gemeente Gooik op 25 februari 2020 en zoals gewijzigd bij beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Gooik op 20 december 2022.
Het belastingreglement masten en pylonen 2022-2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van de gemeente Herne op 28 september 2022.
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7360900 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Enig artikel - De gemeenteraad keurt onderstaand reglement inzake belasting op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed:
REGLEMENT BELASTING OP MASTEN EN PYLONEN 2026-2031
ARTIKEL 1. TOEPASSINGSGEBIED
Deze belasting is van toepassing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 en is een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar in open lucht op het grondgebied van de gemeente Pajottegem bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
ARTIKEL 2. DEFINITIES
Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
ARTIKEL 3. BELASTINGPLICHTIGE
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de mast of pyloon. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§2. De eigenaars van de grond waarop de mast of pyloon werd opgericht en de uitbaters van de mast of pyloon, zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
ARTIKEL 4. BEDRAG BELASTING
§1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:
§2. In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar op eenzelfde bestaande constructie bevinden, worden deze als één mast beschouwd. In geval zich één of meerdere masten op een bestaande pyloon bevinden, worden deze als onderdeel van de pyloon beschouwd.
§3. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
ARTIKEL 5. VRIJSTELLINGEN
Worden vrijgesteld van deze belasting:
ARTIKEL 6. INDIENING AANGIFTE
§1. De belastingplichtige moet, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, bij het gemeentebestuur aangifte doen van het aantal masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht noch van de belasting.
§3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Marktplein 17, 1570 Pajottegem t.a.v. de dienst financiën of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@pajottegem.be. Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Ingeval van verzending via e-mail geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
§4. De belastingplichtige is gehouden elke wijziging van de belastbare toestand op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging via schrijven naar volgend adres: Marktplein 17, 1570 Pajottegem t.a.v. de dienst financiën of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@pajottegem.be.
§5. Overeenkomstig artikel 7 §2 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen, kan een voorstel van aangifte worden voorgelegd aan de belastingplichtige op basis van de gegevens uit eerdere aangiftes. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum vermeld onder §1 van huidig artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte. Als de opmerkingen verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.
ARTIKEL 7. ONTBREKENDE, FOUTE OF ONVOLLEDIGE AANGIFTE
§1. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum vermeld in artikel 6, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
§2. Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding. Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 20%, 50% of 100% worden toegepast bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding. Vanaf de vijfde overtreding zal de belastingverhoging 200% bedragen. Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
ARTIKEL 8. INKOHIERING
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
ARTIKEL 9. BETALINGSTERMIJN
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
ARTIKEL 10. BEZWAAR
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag en/of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
§2. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§3. Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg per e-mail naar belastingen@pajottegem.be worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
§4. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
ARTIKEL 11. VERWIJZINGSBEPALING
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
ARTIKEL 12. BEKENDMAKING
Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur en de toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
De gemeenteraad keurt het reglement inzake belasting op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 - 2031 goed.