Er dient een subsidiereglement te worden opgesteld voor de toekenning van VIPA-subsidies aan organisatoren voor de bouw van nieuwe kinderopvangplaatsen.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40
Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters 20 april 2012 – Artikel 3 en 12
Masterplan van de Vlaamse Regering voor de toekomst van kinderopvang
Decreet inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, inzonderheid artikel 12
Het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024, inzonderheid artikel 4
Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur
Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedures voor de aanvraag en de toekenning van de vergunning en de subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur van 24 oktober 2025
JBR 1.4.9-0945-00/6640000
Het LOK werd op vergadering van 1/04/2026 ingelicht over het subsidiereglement. Volgende bemerking kwam aan bod: 'Als je vraagt voor een terugvordering omdat een organisator niet voldoet aan de voorwaarden zal je het geld niet meer terugzien omdat het geld toch al besteed is in de verbouwingen.'
Met deze bemerking werd rekening gehouden en bevraagd bij het departement zorg. Het departement zorg gaf als tip om preventief op dergelijke situatie in te spelen. Daarom werd aan het reglement toegevoegd dat een organisator moet kunnen aantonen dat hij/zij financieel gezond is.
Het LOK gaf op de vergadering van 6/05/2026 gunstig advies.
Het VIPA verstrekt 60 miljoen euro subsidie aan de Vlaamse gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen door organisatoren van kinderopvang. De betrokken gemeenten werden bepaald op basis van de meerjarenprogrammatie voor nieuwe plaatsen met een subsidie voor inkomenstarief die op 28 mei 2025 werd goedgekeurd. Pajottegem ontving in december 2025 een eenmalig bedrag van €186.666,67. Voor de verdeling van deze middelen dient een subsidiereglement te worden opgemaakt.
Organisatoren van kinderopvang die een investering uitvoeren kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige VIPA-subsidie.
Enig artikel - De gemeenteraad keurt het subsidiereglement VIPA als volgt goed:
ARTIKEL 1. Doel van de subsidie
Lokaal bestuur Pajottegem investeert in kwalitatieve, flexibele kinderopvang. Het creëren van extra plaatsen is hierbij absolute prioriteit. Lokaal bestuur Pajottegem zorgt voor een goede spreiding op haar grondgebied op basis van de nood aan kinderopvang. Met de subsidie wil lokaal bestuur Pajottegem voorzien in bijkomend aanbod van kinderopvangplaatsen voor baby’s en peuters.
ARTIKEL 2. Definities
ARTIKEL 3. Toepassingsgebied
Organisatoren van kinderopvang die voldoen aan de vereisten van het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) en zelf de investering uitvoeren komen in aanmerking voor de VIPA-subsidie.
Organisatoren van gezinsopvang komen niet in aanmerking.
Organisatoren van kinderopvang moeten aan de volgende voorwaarden zoals vermeld in art. 4.1° van het BVR voldoen (cumulatief):
Infrastructuur realiseren voor nieuwe bijkomende kinderopvangplaatsen.
In aanmerking komen voor een vergunning voor groepsopvang. Via de volgende link kan de vergunning nagegaan worden: Kinderopvangzoeker | Opgroeien.
In aanmerking komen voor een basissubsidie (T1) of voor een subsidie volgens inkomenstarief (T2).
Beschikken over een subsidiebelofte of -beslissing van het agentschap Opgroeien voor het realiseren van nieuwe plaatsen met een basissubsidie of met een subsidie voor inkomenstarief.
Aanvaarden dat Zorginspectie controle kan uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning en dat zorginspectie daarbij toegang krijgt tot alle relevante documenten en ter plaatse of vanop afstand controle kan uitoefenen op financiële stukken.
Bijkomende voorwaarde:
Subsidies mogen enkel gebruikt worden voor locaties op grondgebied Pajottegem
ARTIKEL 4. Toelage
Lokaal bestuur Pajottegem ontvangt van de Vlaamse regering éénmalig € 186.666,67. De organisator kan binnen de perken van het budget een toelage aanvragen.
Als de organisator voor de kinderopvanglocatie (voorwaarden uit het BVR):
Al VIPA-subsidie geniet, dan bedraagt het subsidiepercentage maximaal 15% van de reële bouwkosten.
Geen VIPA-subsidie geniet, dan bedraagt het subsidiepercentage maximaal 60% van de reële bouwkosten.
Bij een gemengd bouwproject voor zowel bestaande alsook nieuwe opvangplaatsen wordt de bouwkost proportioneel herrekend volgens de verhouding van het aantal nieuwe opvangplaatsen t.o.v. het aantal totale opvangplaatsen.
De middelen worden gekoppeld aan het aantal nieuwe opvangplaatsen met een maximumbedrag van 5000 EUR/nieuwe opvangplaats tot het budget is uitgeput. Binnen hetzelfde project wordt een maximum van 50.000 EUR toegestaan.
Reële bouwkosten omvatten werken en aankoop.
In geval van werken: de finale kosten (excl btw) die gerelateerd zijn aan de volgende onkostenposten:
ruwbouw;
technische uitrusting;
afwerking;
uitrusting en meubilering;
studie- en algemene kosten;
omgevingswerken;
TW die gerelateerd is aan bovenstaande onkostenposten.
In geval van aankoop: de finale aankoopprijs, de notariskosten en de registratiebelasting of registratierechten en de BTW die aan de aankoop zijn verbonden.
ARTIKEL 5. Staatssteun
De subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU). Dit kan onder de DAEB de-minimisregeling als dit nog kan binnen de begrenzing van € 750.000. De organisator bezorgt bij de aanvraag (cf. artikel 6) een verklaring op eer dat de totale ontvangen steun de geldende grens van € 750.000 gedurende de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de toezegging niet overschrijdt (Verordening (EU) nr. 2023/2832).
ARTIKEL 6. Procedure
De aanvraag dient te gebeuren via het webformulier op de gemeentelijke website.
Het webformulier omvat: gegevens organisator, gegevens locatie, aantal bestaande vergunde plaatsen op deze locatie, aantal nieuwe plaatsen met subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien op deze locatie, omschrijving werken, raming totale reële bouwkost, oppervlakte, grondplan, klassieke VIPA-subsidies infrastructuur of niet?
Door indiening schikt de aanvrager zich naar de voorwaarden van het gemeentelijk subsidiereglement.
Aanleveren facturen. De organisator dient facturen in voor de totale reële bouwkost, enkel zo kan gecontroleerd worden of de organisator niet te veel gesubsidieerd wordt. De facturen dienen via E-loket te worden opgeladen zodat het lokaal bestuur deze ten alle tijden kan raadplegen.
De aanvrager ontvangt binnen de week na de aanvraag een melding van goede ontvangst.
De organisator licht de bouwplannen toe bij de dienst ‘Opgroeien’ van Pajottegem.
De organisator toont aan dat hij/zij financieel gezond is.
De aanvraag verschijnt op het college van burgemeester en schepenen.
De uitbetaling gebeurt in schijven. Bij aantonen van de eerste 25% van de subsidie wordt een kwart van de subsidie uitbetaald. Na 50% wordt het volgende deel gestort. Na 75% nogmaals. Op de laatste 25% wordt gewacht en a.d.h.v. de laatste factuur gekeken hoeveel subsidie de organisator nog kan krijgen om niet over de maximum 60% of 15% te zitten. Om het dossier af te sluiten wordt een finale check gedaan van alle ingediende facturen en wordt dit tegenover het totale subsidiebedrag gezet. De subsidie mag de 15 of 60 % van de totale bouwkost niet overschrijden.
ARTIKEL 7. Toezicht en controle
Het lokaal bestuur is belast met controle op het naleven van de voorwaarden. De organisator dient de voorwaarden van het BVR en het gemeentelijk reglement te respecteren door een verklaring op eer te ondertekenen.
De organisator moet alle documenten ter beschikking stellen en toegang verlenen aan Zorginspectie en eventuele gemeentelijke controle. Ingeval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
Bij elke wijziging van bestemming, exploitant of eigenaar van het gebouw wordt het lokaal bestuur voorafgaand schriftelijk ingelicht, via kind@pajottegem.be.
Lokaal bestuur Pajottegem aanvaardt enkel een overdracht van eigendom of een zakelijk recht als de kinderopvangcapaciteit mee verhuist naar een andere locatie binnen dezelfde gemeente en de initiële bestemming behouden blijft. Elke andere wijziging wordt beschouwd als een ongeoorloofde bestemmingswijziging.
ARTIKEL 8. Sancties
Bij niet naleving van de bepalingen van dit reglement, of als de aanvrager niet tegemoetkomt aan de voorwaarden van dit reglement, kan het lokaal bestuur, behalve in geval van overmacht aan te tonen door de aanvrager, overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidie, rekening houdend met de reeds verstreken nuttige bestemmingsduur. De subsidie wordt teruggevorderd als de organisator:
De voorwaarden van huidig reglement niet naleeft of niet nageleefd heeft;
De subsidies aanwendt/aanwendde voor een ander doel dan waarvoor zij toegekend waren;
In staat van faillissement verkeert of failliet wordt verklaard, dan wel blijk geeft van een nakend faillissement;
Zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan;
De wetgeving niet naleeft, dan wel een inbreuk pleegt tegen de openbare orde of die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering;
Valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het genieten van de subsidie;
De in de aanvraag omschreven investeringen niet realiseert en de motiveringen van de organisator niet worden aanvaard;
De controle door het bestuur verhindert.
Als het lokaal bestuur overcompensatie vaststelt (DAEB-regelgeving).
De bestemmingsduur voor onroerende goederen is 25 jaar, voor roerende goederen 10 jaar. Als de voorziening deze bestemmingsduur niet respecteert, dan vordert de gemeente de financiële ondersteuning geheel of gedeeltelijk terug, rekening houdend met de reeds verstreken nuttige bestemmingsduur. De gemeente kan de teruggevorderde bedragen opnieuw inzetten.
Het lokaal bestuur heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie(s) en het naleven van de bepalingen van dit reglement en het BVR te doen controleren. Het lokaal bestuur kan ook steeds informatie opvragen over de naleving van de bepalingen van dit reglement en BVR. De organisator levert deze informatie aan na eenvoudig verzoek van het lokaal bestuur. Ingeval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
Artikel 2 - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juni 2026.
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement VIPA goed.